WCAG gebaseerd op vier principes

De richtlijnen voor toegankelijkheid van webcontent (WCAG) leggen uit hoe webcontent toegankelijk kan worden gemaakt voor een zo breed mogelijk publiek. WCAG is gebaseerd op vier principes: Waarneembaar, Bedienbaar, Begrijpelijk en Robuust.

Onder de principes vallen de 13 richtlijnen. Deze vormen de hoofddoelen die bouwers en beheerders moeten nastreven om websites toegankelijk te maken. Onder elke richtlijn staan succescriteria (eisen). 
De toetsbare eisen bestaan in drie niveaus: A, AA en AAA. Bij een test van een website wordt op deze succescriteria getoetst (78 succescriteria op verschillende niveaus):

  • 30 A niveau
  • 20 AA niveau (30+20 = 50 succescriteria)
  • 28 AAA niveau (30+20+28= 78 succescriteria)

De vier basisprincipes zijn een mooi uitgangspunt voor toegankelijke informatie. Eigenlijk zijn ze heel logisch. Tijdens de kennissesies vormen deze principes dan ook de rode draad in verschillende presentaties, waarin wordt ingegaan op de achterliggende complexe en technische criteria. Een korte toelichting van de 4 basisprincipes: 

1. Waarneembaar
Gebruikers moeten in staat zijn informatie waar te nemen. Content moet voor alle zintuigen van een gebruiker waarneembaar zijn. Bijvoorbeeld een plaatje dat informatie aan zienden geeft moet in de eigenschappen van de afbeelding voorzien zijn van van een tekstalternatief. Mensen die het plaatje niet kunnen zien, kunnen dan het alternatief lezen via een screenreader.

2. Bedienbaar
Gebruikers moeten de interface kunnen bedienen. Dat wil  zeggen dat ze bijvoorbeeld de navigatie kunnen gebruiken en formulieren kunnen invullen en versturen. Er mag geen interactie nodig zijn die een gebruiker niet kan uitvoeren. Informatie mag bijvoorbeeld niet alleen te bereiken zijn voor mensen die een muis kunnen gebruiken, maar moet ook beschikbaar zijn voor gebruikers met alleen een toetsenbord.

3. Begrijpelijk
Gebruikers moeten de informatie en de bediening van een website kunnen gebruiken. De content en de bediening moeten begrijpelijk zijn. Een zoekknop heet bijvoorbeeld niet op het ene deel van de site ‘zoeken’ en op andere plekken ‘vinden’ of 
‘search’.

4. Robuust
Content moet zo ‘robuust’ zijn dat ze goed verwerkt, begrepen en getoond kan worden door bijvoorbeeld verschillende browsers en hulpapparatuur, zoals een screenreaders. Een eis hierbij is dat code niet vol met fouten zit die juiste weergave en gebruik verhinderen.”