Meer leesplezier met eenvoudige publicaties

Keep it simple, stupid. Dit designprincipe werd in 1960 door de US Navy geïntroduceerd. De betekenis ervan is al even simpel: vermijd complexiteit bij het ontwerpen van systemen. Less is more. Schrijven is schrappen. Oftewel, hoe minder overdaad, hoe beter het product; eenvoud is te prefereren boven overdaad. En dat geldt zeer zeker voor het maken van toegankelijke publicaties.

ge·bruiks·vrien·de·lijk (bijvoeglijk naamwoord) gemakkelijk te gebruiken, handig en daardoor aantrekkelijk
voor wie ontwerpers, producenten, uitgevers van inclusieve publicaties

Waarom zou je kiezen voor eenvoud?

  • Je wilt een gebruiksvriendelijke en bruikbare publicatie. Meer gebruiksmogelijkheden dwingen tot meer denkwerk. Waar kon ik het lettertype ook weer veranderen? Hoe kom ik op die ene pagina? Bij eenvoudige, gebruiksvriendelijke digitale publicaties gaat dat intuïtief, op gevoel. En dus met gemak, zonder lang na te denken.
  • Je lezers moeten digitale publicaties in verschillende programma’s kunnen waarnemen, bedienen en begrijpen. Lees ook het artikel Weet hoe hulptechnologie werkt. Maar dat niet alleen: je wilt ook dat ze dit met gemak en genot doen. Dan kunnen ze hun aandacht houden bij het lezen en leren. Want daar was het je om te doen, toch?

Hoe pak je het aan?

  • Weersta de verleiding er steeds iets bij te bedenken. Want niet alles wat kan, is ook meteen nodig.
  • Zorg ervoor dat je lezers zo min mogelijk hoeven te doen om van je publicatie te genieten. Voorkom extra stappen, haal tussenstappen weg. Doe dat ook samen met andere partners in de keten, zodat bijvoorbeeld zoeken, bestellen, betalen en gebruiken vloeiend en vriendelijk verloopt.
  • Bied lezers van je digitale publicatie mogelijkheden aan die vanaf het eerste moment duidelijk zijn. En makkelijk te onthouden zijn voor de volgende keer. Sluit aan bij wat lezers al gewend zijn. Zo verliezen ze niet onnodig veel tijd. Moeten lezers eerst puzzelen op hoe het werkt, onnodig lang nadenken, dan loop je grote kans dat ze afhaken.
  • Onthoud: ook bij iedere update moet het eenvoudig blijven.
Deze tip is gebaseerd op de invalshoeken die aan bod komen in de gids Bekijk het! Deze gids bevat tien oogpunten voor inclusief ontwerpen. Als ontwerper, schrijver of uitgever heb je een eigen invalshoek, jouw lezers hebben die ook. Bekijk het daarom eens van de andere kant.

 

 

Snelstartgidsen

Praktische tips voor toegankelijk publiceren

Toegankelijke informatie. Het lijkt lastig te realiseren, maar dat valt reuze mee. Deze gidsen bevatten elk tien handvatten voor eenvoudige oplossingen. Kleine oplossingen kunnen namelijk al een groot effect hebben.

Bestel gedrukte gidsen Download PDF Doe mee!    Download PDF Maak open! Download PDF Check dit!    Download PDF Bekijk het! 

 

Technologie moet goed met elkaar kunnen samenwerken

Als je een goed toegankelijke digitale publicatie wilt maken, dan moet alle technologie ermee overweg kunnen. Dat wil zeggen: de digitale publicaties zijn geschikt voor alle applicaties, browsers en apparaten. Oftewel, de inhoud moet goed verwerkt, begrepen en getoond kunnen worden door verschillende browsers en (hulp)apparatuur, zoals een screenreader.

com·pa·ti·bel (bijvoeglijk naamwoord); in staat om in harmonie naast elkaar te bestaan; in staat om zonder problemen elkaars gegevens te begrijpen en uit te wisselen
voor wie ontwerpers, producenten, uitgevers van inclusieve publicaties

Waarom digitale publicaties voor alle technologie?

  • Je wilt dat alle technologieën op verschillende soorten apparaten jouw digitale publicaties goed begrijpen. Vooral samen met hulptechnologie. Zo moet een e-book goed met readers samenwerken en een website met browsers.
  • Het moet wel werken zoals je het had bedacht en bedoeld. Werkt het niet, dan sla je de plank mis en bereik je niemand. Of veel minder mensen dan waarop je had gehoopt.
  • Alles kan pas goed functioneren bij een ‘compatibel ABCD’tje’: Applicatie (het programma), Besturingssysteem (van het apparaat), Content (de digitale informatie) en Device (het apparaat) werken dan allemaal in harmonie samen. Overigens, er komen steeds meer diensten die dit ABCD’tje in één omgeving aanbieden. Bijvoorbeeld een reader in een browser voor het lezen van digitale boeken op elk apparaat.

Hoe pak je het aan?

  • Door ‘robuust’ te ontwerpen en bouwen. Robuust wil zeggen: ‘stevig’. Zonder fouten in de code en volgens de standaardafspraken. Anders ‘praat’ technologie niet goed met elkaar.
  • Door geen hindernissen op te werpen voor (hulp)technologie. Vermijd verouderde technologieën en omzeil de code niet met trucjes.
  • Door je te richten op de mogelijkheden in plaats van de beperkingen van (hulp)technologie. Dan ben je met je publicatie ook nog eens beter voorbereid op nieuwe ontwikkelingen in technologie.
  • Onderzoek ook of het goed werkt met hulptechnologie. Want iedereen moet de inhoud kunnen waarnemen met de ogen, oren (laten voorlezen), handen (in braille voelen).
Deze tip is gebaseerd op de invalshoeken die aan bod komen in de gids Bekijk het! Deze gids bevat tien oogpunten voor inclusief ontwerpen. Als ontwerper, schrijver of uitgever heb je een eigen invalshoek, jouw lezers hebben die ook. Bekijk het daarom eens van de andere kant.

 

 

Snelstartgidsen

Praktische tips voor toegankelijk publiceren

Toegankelijke informatie. Het lijkt lastig te realiseren, maar dat valt reuze mee. Deze gidsen bevatten elk tien handvatten voor eenvoudige oplossingen. Kleine oplossingen kunnen namelijk al een groot effect hebben.

Bestel gedrukte gidsen Download PDF Doe mee!    Download PDF Maak open! Download PDF Check dit!    Download PDF Bekijk het! 

 

Begrijp de functie van hulpmiddelen bij leesbeperkingen

Je wilt inclusief publiceren, zodat je iedereen kan bereiken en iedereen mee kan doen. Ook mensen met een beperking. En wie blind of slechtziend is, of dyslexie heeft, gebruikt vaak hulptechnologie om te lezen. Bijvoorbeeld tekst-naar-spraak, een brailleleesregel of een loep. Pas wanneer je begrijpt hoe die hulptechnologie werkt, kun je publicaties écht aan de bron toegankelijk maken.

func·tie (de; v; meervoud: functies) werking. Functioneren: zijn functie verrichten, werken
voor wie ontwerpers, producenten, uitgevers van inclusieve publicaties

Waarom zou je moeten weten hoe hulptechnologie werkt?

Toegankelijke publicaties moeten goed functioneren, ook met hulptechnologie. Anders kan die technologie niet helpen. Pas dan kunnen ook mensen met een leesbeperking de regie krijgen over lezen en leren. Enkele voorbeelden:

  • Een voorleesfunctie moet goed samenwerken met de inhoud. Als jouw publicatie geen echte tekst bevat maar een afbeelding daarvan, kan een computerstem niks voorlezen.
  • Voor veel dyslectische lezers is het prettig als zij zelf het gewenste lettertype kunnen kiezen om een e-book te lezen.
  • Functies moeten werken voor mensen. Het zou de omgekeerde wereld zijn als mensen zich moeten aanpassen of trucjes moeten toepassen om je publicatie te kunnen lezen.
  • Teksten laten voorlezen, vergroten, tekstweergave aanpassen, teksten ondertitelen, dicteren, spraakbesturing. Dit soort ondersteunende functies zijn voortaan (en steeds vaker) overal aanwezig. Waarom? Omdat ze iedereen helpen.

Hoe pak je het aan?

  • Ten eerste door richtlijnen voor toegankelijkheid op te volgen. Maar ook door de werking van hulptechnologie te leren begrijpen. Kijk bijvoorbeeld eens met iemand mee die technologische hulpmiddelen gebruikt. En gebruik zelf een keer hulptechnologie om te lezen en leren.
  • Verdiep je in een schermlezer. Ze zitten standaard in besturingssystemen. Mensen met een ernstige visuele beperking gebruiken deze niet alleen om de inhoud te laten voorlezen. Ook voor hetgeen dat verborgen en achter de schermen in de code staat. Voor wie de code onderzoekt is dat een cadeau: je krijgt het op een presenteerblaadje.
  • Laat teksten met hulptechnologie voorlezen. Dan hoor je bijvoorbeeld of de volgorde logisch is. Ook ontdek je wat het betekent om alles na elkaar te beluisteren, zonder te weten wat nog volgt. Dat is totaal anders dan in één oogopslag kunnen kiezen wat je wil gaan lezen.
Deze tip is gebaseerd op de invalshoeken die aan bod komen in de gids Bekijk het! Deze gids bevat tien oogpunten voor inclusief ontwerpen. Als ontwerper, schrijver of uitgever heb je een eigen invalshoek, jouw lezers hebben die ook. Bekijk het daarom eens van de andere kant.

 

 

Snelstartgidsen

Praktische tips voor toegankelijk publiceren

Toegankelijke informatie. Het lijkt lastig te realiseren, maar dat valt reuze mee. Deze gidsen bevatten elk tien handvatten voor eenvoudige oplossingen. Kleine oplossingen kunnen namelijk al een groot effect hebben.

Bestel gedrukte gidsen Download PDF Doe mee!    Download PDF Maak open! Download PDF Check dit!    Download PDF Bekijk het! 

 

Zie het grote plaatje en voorkom obstakels

Je maakt een publicatie met een bepaalde reden. Jouw website, e-book, online lesmateriaal, krant of tijdschrift wordt pas gelezen, nadat de gebruiker het heeft kunnen vinden, bestellen, betalen en kon downloaden of streamen. Gaat dat bij een beperkte lezer ook op de manier zoals je je had voorgesteld? Zorg ervoor dat je de context van je lezers goed begrijpt alvorens je een digitale publicatie uitgeeft.

con·text (de; m) de omstandigheden waarin zich iets voordoet, het grotere geheel
voor wie ontwerpers, producenten, uitgevers van inclusieve publicaties

Waarom zou je de context moeten begrijpen?

  • Jouw publicatie staat niet op zichzelf; digitale publicaties maken deel uit van een groter geheel. En gaat het om lezers met een beperking, dan bewandelen zij dikwijls een heel traject, vaak met vele drempels. Die wil je natuurlijk voorkomen.
  • Situaties en omstandigheden waarin mensen lezen en leren kunnen enorm variëren. Bijvoorbeeld als er veel afleiding in de omgeving is wat het lezen en leren moeilijk maakt. Of wanneer een gebruiker met een leesbeperking de informatie laat voorlezen. Dan kan het vervelend zijn als er mensen meeluisteren.
  • Lezers met een beperking waarderen het enorm als je laat zien dat je ook hun specifieke situaties en context begrijpt.

Hoe pak je het aan?

  • Breng scenario’s in kaart. Doe dat voor verschillende gebruikers, met verschillende beperkingen. Een publicatie op een klein scherm en in de volle zon is bijvoorbeeld slecht te zien. Met veel lawaai om je heen kun je een luisterboek of computerstem slecht horen, laat staan dat je de inhoud ervan kan volgen.
  • Schets het traject dat lezers met een beperking bewandelen. Beschrijf van begin tot eind de handelingen en zoek daarin naar de plus- en pijnpunten. Geef waar nodig passende alternatieven. Hoe lezen ze jouw e-book? Hoe bekijken ze  je website of PDF?
  • Werk in dat hele traject samen met andere partijen om hordes weg te nemen. Zorg dat alles naadloos op elkaar aansluit en bruikbaar blijft in verschillende situaties. Daar wordt iedereen blij van. En jij creatief.
Deze tip is gebaseerd op de invalshoeken die aan bod komen in de gids Bekijk het! Deze gids bevat tien oogpunten voor inclusief ontwerpen. Als ontwerper, schrijver of uitgever heb je een eigen invalshoek, jouw lezers hebben die ook. Bekijk het daarom eens van de andere kant.

 

 

Snelstartgidsen

Praktische tips voor toegankelijk publiceren

Toegankelijke informatie. Het lijkt lastig te realiseren, maar dat valt reuze mee. Deze gidsen bevatten elk tien handvatten voor eenvoudige oplossingen. Kleine oplossingen kunnen namelijk al een groot effect hebben.

Bestel gedrukte gidsen Download PDF Doe mee!    Download PDF Maak open! Download PDF Check dit!    Download PDF Bekijk het! 

 

Heb ook lezers met een handicap in vizier

Je hebt vast wel beeld bij wie de beoogde lezers van je ontwerp zijn. Maar denk je dan ook aan mensen met een handicap? Mensen die blind of slechtziend zijn. Of, wat veel vaker voorkomt, dyslexie hebben? Als je écht universeel wilt ontwerpen, dus voor iedereen, met en zonder beperking, dan doe je er goed aan je in te leven in mensen met een beperking. Pas dan leer je alle lezers kennen!

em·pa·thie (de; v) het vermogen om je in te leven in de gevoelens van anderen
voor wie ontwerpers, producenten, uitgevers van inclusieve publicaties

Waarom inleven in gebruikers met een handicap?

  • Omdat je beter begrijpt wat zij écht nodig hebben. En wat niet.
  • Het voorkomt dat je jouw vanzelfsprekendheden als uitgangspunt neemt. Je maakt je ontwerp namelijk niet voor jezelf. En het voorkomt dat je bepaalde mensen onbewust uitsluit.
  • Je ontwerp wordt er beter van. Je bent immers beter in staat iets te maken vanuit het oogpunt van een gebruiker. Je snapt beter hoe ook mensen met een beperking jouw digitale publicatie lezen.
  • Je houdt rekening met onze verscheidenheid en verschillende beperkingen. Een ‘gemiddelde’ persoon met een beperking bestaat niet.

Hoe pak je het aan?

  • Door zelf beperkingen aan den lijve te ervaren. Maak het jezelf moeilijk om te kijken, luisteren en bewegen. Zet een dagje een afgeplakte veiligheidsbril op of een koptelefoon. Zet de kleuren van je scherm uit. Doe werkhandschoenen aan.
    Op deze website vind je verschillende tips om je ontwerp te checken vanuit lezers met een beperking.
  • Andere manieren om mensen met een beperking beter te leren kennen. Loop bijvoorbeeld een dag mee met iemand die blind is. Kijk mee hoe iemand die slechtziend is een e-book bestelt. Maak samen met een dyslectische leerling een online huiswerkopdracht en vul de antwoorden in.
  • Zoek steeds de uitersten op, niet wat er tussenin ligt. Zo krijg je beter inzicht in de problemen die je voor alle lezers kunt oplossen.
Deze tip is gebaseerd op de invalshoeken die aan bod komen in de gids Bekijk het! Deze gids bevat tien oogpunten voor inclusief ontwerpen. Als ontwerper, schrijver of uitgever heb je een eigen invalshoek, jouw lezers hebben die ook. Bekijk het daarom eens van de andere kant. Download de gids Bekijk het!

 

 

Snelstartgidsen

Praktische tips voor toegankelijk publiceren

Toegankelijke informatie. Het lijkt lastig te realiseren, maar dat valt reuze mee. Deze gidsen bevatten elk tien handvatten voor eenvoudige oplossingen. Kleine oplossingen kunnen namelijk al een groot effect hebben.

Bestel gedrukte gidsen Download PDF Doe mee!    Download PDF Maak open! Download PDF Check dit!    Download PDF Bekijk het! 

 

Staar je niet blind op je eigen creatie

Inclusief ontwerpen. Design for all. Als ontwerper of uitgever weet je (steeds beter) wat universeel ontwerpen, toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid betekent. Als bedenker van een digitale publicatie wil je iedereen bereiken en laten meedoen. Ook lezers met een beperking. Hoe weet je dat je echt goed zit met je creatie? Betrek al vanaf het begin je lezers bij het productieproces. Ook lezers met een handicap.

par·ti·ci·pa·tie (de; v; meervoud: participaties) aandeel in iets hebben, deelname
voor wie ontwerpers, producenten, uitgevers van inclusieve publicaties

Waarom zou je je lezers bij de productie betrekken?

  • Voor mensen met een beperking is participatie niet meer dan logisch. “Niets over ons, zonder ons” is een veelgehoorde slogan. Ofwel: als iets voor mensen met een handicap is bedoeld, dan willen ze daarover wat kunnen zeggen.
  • Mensen met een beperking kunnen je inzicht geven in wat ze écht willen, wat ze nodig hebben en wat hun struikelblokken zijn. Mensen met een beperking moeten soms noodgedwongen creatief zijn. Vaak kunnen ze je op nieuwe, onverwachte ideeën brengen.
  • Verschillende invalshoeken helpen beslissingen te nemen over een ontwerp dat bedoeld is voor iedereen.
  • Als je lezers met een beperking erbij betrekt, dan voorkomt het dat je je blind staart op jouw eigen ontwerp of plan. En dat je al vroeg een verkeerde afslag neemt. Dat bespaart kosten en aanpassingen achteraf.
  • Als mensen met een beperking aandeel hebben in het ontwerp van je digitale publicatie, accepteren ze sneller het resultaat. Het verkleint de kans op klachten en kritiek achteraf. Lees ook het artikel Het oordeel van je lezers is goud waard.
  • Participeren brengt mensen bij elkaar. Zeker als ze hetzelfde belang hebben.

Hoe betrek je je lezers?

  • Betrek je lezers bij het productieproces al vanaf het begin van het idee of ontwerp. Vaak is daarvoor enig maatwerk nodig, maar een gesprek is eenvoudig te organiseren. Concrete vragen en ideeën voorkomen lange discussies.
  • Maak duidelijk wat je van deze lezers verwacht. Je hoeft niet alle wensen over te nemen, maar leg wel uit waarom je bepaalde keuzes maakt.
  • Bouw een netwerk op van mensen met beperkingen. Zij zijn vaak bereid om deel te nemen.
  • Steek je licht op bij organisaties die opkomen voor belangen van mensen met een handicap. Bijvoorbeeld voor mensen met een visuele beperking. Of klop eens aan bij een zorginstelling en een bibliotheek.
Deze tip is gebaseerd op de invalshoeken die aan bod komen in de gids Bekijk het! Deze gids bevat tien oogpunten voor inclusief ontwerpen. Als ontwerper, schrijver of uitgever heb je een eigen invalshoek, jouw lezers hebben die ook. Bekijk het daarom eens van de andere kant. Steek je nek uit, niet in het zand. Draai het eens om en kijk wijzer.

 

 

Snelstartgidsen

Praktische tips voor toegankelijk publiceren

Toegankelijke informatie. Het lijkt lastig te realiseren, maar dat valt reuze mee. Deze gidsen bevatten elk tien handvatten voor eenvoudige oplossingen. Kleine oplossingen kunnen namelijk al een groot effect hebben.

Bestel gedrukte gidsen Download PDF Doe mee!    Download PDF Maak open! Download PDF Check dit!    Download PDF Bekijk het! 

 

Uitgevers die toegankelijke publicaties willen maken (zoals e-books) én aan wetgeving willen – of moeten – voldoen, hebben standaarden nodig. Wat zijn de belangrijkste standaarden voor uitgevers? We stippen hier de belangrijkste standaarden: de WCAG 2.1 (Web Content Accessibility Guidelines), de Europese standaard EN 301 549 en EPUB.

WCAG 2.1

Deze standaard is de internationale norm voor toegankelijke websites, apps en documenten. Een werkgroep van het World Wide Web Consortium (W3C) beheert en onderhoudt de standaard.

De afkorting staat voor Web Content Accessibility Guidelines. Maar vanaf versie 3 staat de afkorting voor W3C Content Accessibility Guidelines. Dat is illustratief: de richtlijnen waren aanvankelijk ontworpen voor websites, maar zijn door de jaren heen steeds meer van toepassing geworden op alle digitale informatie. Ook is er steeds meer aandacht gekomen voor andere beperkingen dan visueel, motorisch en auditief. Bijvoorbeeld cognitief.

De structuur van de WCAG bestaat momenteel uit 4 principes, 13 basisrichtlijnen, 78 criteria om aan te voldoen. Verder bevat de WCAG voorbeelden, uitzonderingen, verklarende woordenlijst en zowel afdoende als aanbevolen technieken.

De standaard heeft 3 niveaus waarop je aan eisen kunt/moet voldoen: A, AA en AAA. Waarbij het niveau A laag en minimaal is, niveau AA in de meeste gevallen vereist is en AAA verder gaat en op een hoog niveau aan de eisen voldoet.

Elk succescriterium:

  • beschrijft het doel en de intentie;
  • het niveau (A, AA of AAA);
  • is voorzien van toetsbare vereisten (succescriteria genoemd);
  • geeft voorbeelden en aanbevelingen;
  • vermeldt uitzonderingen;
  • noemt afdoende en aanbevolen technieken (ook bij succescriteria).

De WCAG-standaard is dus in lagen opgebouwd. Een voorbeeld:

  • Principe 1 – Waarneembaar: “Informatie en componenten van de gebruikersinterface moeten toonbaar zijn aan gebruikers op voor hen waarneembare wijze.”
  • Richtlijn 1.1 Onderscheidbaar: “Maak het voor gebruikers gemakkelijker om content te horen en te zien, waaronder scheiding van voorgrond en achtergrond.”
  • Succescriterium 1.4.1 Gebruik van kleur: “Kleur wordt niet als het enige visuele middel gebruikt om informatie over te brengen, een actie aan te geven, tot een reactie op te roepen of een visueel element te onderscheiden.”
  • Succescriterium 1.4.3 Contrast (minimum): “De visuele weergave van tekst en afbeeldingen van tekst heeft een contrastverhouding van ten minste 4,5:1, behalve in de volgende gevallen: (…)”

EN 301 549

Deze standaard is als Europese Norm (EN) van toepassing op de EU-richtlijn voor toegankelijke websites en apps van overheidsinstanties. Bij gevolg in Nederland op het Tijdelijk Besluit digitale toegankelijkheid overheid (2018) dat uitvoering geeft aan die richtlijn.

In EN 301 549 is WCAG 2.1 AA opgenomen. EU-richtlijnen verwijzen alleen naar eigen standaarden, niet naar die van derden. Hierin is ook opgenomen dat je toegankelijk moet inkopen, hardware, software en documenten.

EPUB 1.0

Deze standaard is de internationale norm voor EPUBs die aan de bron toegankelijk gemaakt kunnen worden. Een werkgroep van het World Wide Web Consortium (W3C) beheert en onderhoudt de standaard.

De standaard bestaat uit drie onderdelen.

  1. De eisen voor WCAG 2.1 AA. EPUB3 vertoont namelijk sterke overeenkomsten met websites.
  2. Specifieke eisen voor EPUB3, onder meer over het synchroon laten verlopen van tekst en audio.
  3. Eisen voor de manier waarop je rapporteert over de (mate) van toegankelijkheid. Voor de distributie zijn bepaalde metadata verplicht, sommige metadata aanbevolen.

Er komen steeds meer en steeds strengere eisen voor toegankelijkheid. Ook wat betreft het uitgeven van publicaties. Deze eisen zijn opgenomen in een aantal belangrijke afspraken, regels, en wetten. Aan welke wetgeving moeten uitgevers voldoen? In dit artikel stippen we de belangrijkste  verdragen, richtlijnen en wetten aan die van belang zijn voor het uitgeven van toegankelijke publicaties.

Internationale verdragen

Dit zijn overeenkomsten tussen staten die vallen binnen internationale wetgeving. Hierin staan doelen en regels beschreven. Staten kunnen deze ondertekenen (akkoord gaan met de overeenkomst), accepteren (aangeven te willen deelnemen) en ratificeren (zich verplichten tot opvolging van de overeenkomst).

Voorbeelden:

  • Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, kortweg VN Verdrag Handicap (13 december 2006, VN)
  • Verdrag van Marrakesh (27 juni 2013, WIPO) met daarin een uitzondering op de auteurswet, waarop geautoriseerde non-profit instellingen zich mogen beroepen. In Nederland zijn Stichting Dedicon, Christelijke Blindenbibliotheek (CBB) en Bibliotheekservice Passend Lezen (BPL) toegestaan zonder toestemming van de uitgever toegankelijke versies te produceren (bijvoorbeeld in braille, audio, vergrotingen) en deze te distribueren uitsluitend aan personen met een aantoonbare beperking.

EU-richtlijnen

Als we ons beperken tot de EU gaat het om richtlijnen (‘Directives’) die lidstaten binnen een gestelde termijn in wetgeving moeten omzetten. Lidstaten moeten minimaal voldoen aan wat in de richtlijn staat. Lidstaten mogen ook striktere wetgeving opstellen.

Voorbeeld:

  • Richtlijn 2019/882: richtlijn voor toegankelijke websites en apps van overheidsinstanties (26 oktober 2016);
  • Richtlijn 2016/2102: voor toegankelijke producten en diensten (17 April 2019). De richtlijn is bekend als de Europese Toegankelijkheidsakte of European Accessibility Act (EAA).

EU-verordeningen

In de EU gaat het om verordeningen (‘Regulations’) die direct van toepassing zijn op alle lidstaten. Lokale wetgeving is hiervoor dus niet nodig.

Nederlandse wetten

In Nederland gaat het onder meer om:

Over de Europese Toegankelijkheidsakte

De Europese Toegankelijkheidsakte is onder meer van toepassing op ICT-producten (computers, smartphones, e-readers), bankdiensten, transportdiensten (o.a. kaartautomaten), audiovisuele media diensten, e-books en webwinkels.

  • Vereist dat e-books zijn voorzien van metadata over toegankelijkheid in de gehele uitgeefketen, bibliotheken en catalogi.
  • Vereist toegankelijke product- en diensteninformatie voor klanten en gebruikers (handleidingen, instructies, verpakking, user interface, e.d.)

Het tijdspad voor uitvoering van de richtlijn in Nederland is:

  • 28 juni 2022: wetgeving in Nederland;
  • 28 juni 2025: intrede wetgeving in Nederland.

TIP: in een reeks video’s geeft Dedicon-expert Marian Oosting uitleg over de belangrijkste richtlijnen, verdragen en wetten wat betreft toegankelijkheid en toegankelijk publiceren.

Wat verstaan we onder toegankelijkheid?

Wat is toegankelijkheid eigenlijk, wat verstaan we daaronder? Welk beeld hebben we daar bij? En waarom is het belangrijk en voor wie? Hoe toegankelijk zijn producten en diensten die we in het dagelijks leven tegenkomen? Wat valt op als we naar voorbeelden kijken?

  • Het afvinken van de verplichting is niet voldoende. Voldoen aan de eisen garandeert nog geen goede gebruikservaring.
    Voorbeeld: onbruikbare hellingbaan
  • Toegankelijkheid raakt iedereen. We ervaren allemaal beperkingen. Bijvoorbeeld: we zijn niet meteen slechtziend als iets slecht zichtbaar is.
    Voorbeeld: bruine routeaanduiding in het bos.
  • (On)toegankelijkheid bij digitale producten bevindt zich voor een groot deel letterlijk achter de schermen en uit het zicht. (On)toegankelijkheid is bij fysieke producten en diensten directer zichtbaar.
    Voorbeeld: websites, apps en e-books.
  • Ontoegankelijke producten en diensten leiden tot klachten, soms tot aanklachten.
    Voorbeeld: in het verleden de Rabo App.

Toegankelijkheid is de mate waarin informatie, producten, diensten en omgevingen open en bruikbaar zijn voor iedereen. Het is een kwaliteitseigenschap. We maken onderscheid tussen:

  • fysieke toegankelijkheid: gebouwen, woningen, buitenruimtes;
  • digitale toegankelijkheid: websites, e-books, documenten, software, hardware;
  • sociale toegankelijkheid: werk/school, cultuur/sport, thuis, openbaar leven, gedrag.

In de workshops Toegankelijk Publiceren aan de Bron (TPUB2) concentreren we ons op digitale toegankelijkheid. Richtlijnen om dat te bereiken hebben soms echter ook betrekking op drukwerk. Denk aan voldoende kleurcontrast tussen tekst en achtergrond, aan spatiering van tekst (ruimte tussen alinea, regels, woorden en tekens) en begrijpelijke taal.

Waarom werken aan toegankelijkheid?

  • Omdat het hoort (ethisch).
    We willen een samenleving zonder drempels waarin participatie en integratie mogelijk is en iedereen kan meedoen.
  • Omdat het moet (juridisch).
    We moeten aan wetten en regelgeving voldoen, zoals wetten voortvloeiend uit het VN-Verdrag Handicap(Wet gelijke behandeling handicap of chronische ziekte -Wgbh/cz-) en de EU Toegankelijkheidsakte voor producten en diensten waaronder e-books, e-readers en websites.
  • Omdat het kan (praktisch).
    Er zijn duidelijke standaarden, richtlijnen, handvatten en goede praktijkvoorbeelden om aan formele toegankelijkheid te voldoen. Er zijn meetinstrumenten die helpen bij het controleren.
  • Vooral omdat het helpt (kwalitatief).
    Toegankelijkheid verhoogt de kwaliteit, productiviteit en communicatie. Het maakt dingen mogelijk voor mensen met een beperking, makkelijk voor mensen zonder een beperking.

Voorbeelden:

  • Een hellingbaan is noodzakelijk voor wie in een rolstoel zit, makkelijk voor wie de ingang wil bereiken met een kinderwagen, rollator of steekwagen.
  • Ondertiteling is noodzakelijk voor dove en slechthorende mensen, makkelijk voor wie in een lawaaierige omgeving of een stilteruimte zit.

Voor wie is toegankelijkheid belangrijk?

Toegankelijkheid is belangrijk voor mensen met een permanente beperkingen.

  • visueel (blind, slechtziend, kleurenblind).
  • auditief (doof, slechthorend).
  • fysiek (o.a. reuma, coördinatie, tremor, RSI).
  • spraak (o.a. stomheid, stotteren).
  • cognitief (o.a. ADHD, autisme, epilepsie, migraine).

Maar iedereen kent beperkingen. We maken onderscheid tussen permanente, tijdelijke en situationele beperkingen:

  • permanent veroorzaakt door een permanente stoornis, aandoening;
  • tijdelijk, veroorzaakt door een tijdelijke stoornis, aandoening;
  • situationeel, veroorzaakt door de omgeving, situatie, context.

Voorbeeld 1

  • permanent: slechtziend
  • tijdelijk: ooginfectie
  • situationeel: tijdens het autorijden met de blik gericht op de weg

Voorbeeld 2

  • permanent: doof
  • tijdelijk: verstopte oren
  • situationeel: in een discotheek met harde muziek

Voorbeeld 3

  • permanent: één arm
  • tijdelijk: gebroken arm, RSI
  • situationeel: een kind op de arm

Voorbeeld 4

  • permanent: ADHD
  • tijdelijk: een zwak geheugen na een val of hersenschudding
  • situationeel: aan het einde van een drukke dag met veel prikkels

Wetten, regels, richtlijnen en toegankelijkheid

In 2016 trad het VN-verdrag Handicap in Nederland in werking. Doel van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van de mensenrechten van mensen met een beperking.

Centrale begrippen in het verdrag zijn inclusie, persoonlijke autonomie en volledige participatie. In het verdrag is aangegeven wat de overheid moet doen om ervoor te zorgen dat de positie van mensen met een beperking verbetert. Het College voor de Rechten van de Mens houdt in Nederland toezicht op de naleving van het verdrag en de manier waarop het verdrag in de praktijk wordt gebracht.

Inmiddels vindt het thema toegankelijkheid ook buiten de overheid zijn weg. Steeds meer organisaties sluiten aan bij de trend om informatie op een manier aan te bieden die toegankelijk is voor iedereen. Niet omdat zij dit moeten, maar vooral omdat zij dit willen. De voordelen hiervan in de praktijk zijn niet alleen belangrijk voor mensen mét een beperking, ook voor mensen zonder beperking zijn de oplossingen vaak erg plezierig.

Digitale inclusie en digitale toegankelijkheid

Rond de 2,5 miljoen Nederlanders vinden het moeilijk om te werken met digitale apparaten zoals computer, smartphone of tablet. Het verbeteren van digitale inclusie is een grote uitdaging en wordt door de samenwerking met verschillende partijen en gebruikers mogelijk. Digitale inclusie is niet beperkt tot de vaardigheden van de gebruiker. Zo heeft toegankelijkheid van een webinterface grote invloed op het vermogen van gebruikers met een functiebeperking om succesvol te kunnen maken van online informatie en diensten.

In 2016 is een Europese richtlijn voor digitale toegankelijkheid in werking getreden en Nederland heeft deze Europese richtlijn per 1 juli 2018 omgezet in een Algemene Maatregel van Bestuur:  Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid. Het besluit is bedoeld om de toegankelijkheid te borgen voor mensen met een functiebeperking. De invoering bestaat uit drie fases en de laatste fase staat gepland in 2021. Overheidsinstanties hebben twee verplichtingen:

  1. Online content toegankelijk(er) maken
  2. Verantwoorden via een toegankelijkheidsverklaring.

Webtoegankelijkheid is ook een organisatorisch vraagstuk

Webtoegankelijkheid is niet enkel een technisch vraagstuk, beperkt tot het toepassen van richtlijnen. Het is ook – en vooral – een organisatorische kwestie. Website en mobiele applicaties zijn bijna nooit ineens 100% toegankelijk. Het einddoel is belangrijk, maar zolang dat nog niet is bereikt, zijn de maatregelen om daar te komen ook van belang.

Overheidsinstanties zijn verplicht om een toegankelijkheidsverklaring te plaatsen op alle websites waarvoor de overheidsinstantie verantwoordelijk is. In de verklaring staat welke maatregelen de instantie neemt om toegankelijkheid te borgen. Dat kan bijvoorbeeld gaan over het nemen van – technische – maatregelen, maar ook over het periodiek laten testen van de website. In de verklaring dient inzicht te worden gegeven in de verbeterpunten en in de voortgang.

‘’Start met de vier basisprincipes waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust. Toegankelijkheid is geen kwestie van vinkjes zetten maar een continu (verbeter)proces: plan, do, check en act. Te vaak worden voor relatief eenvoudige problemen complexe oplossingen bedacht, maar dat is lang niet altijd nodig. Ga op zoek naar eenvoudige oplossingen en laat zien dat je werk maakt van toegankelijkheid”, aldus Raph de Rooij, Senior Beleidsmedewerker van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Europees model

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken ontwikkelt, in het kader van harmonisatie, een Nederlandse versie van het Europese model. Organisaties kunnen met behulp van een ‘invulassistent’ snel en op uniforme wijze een toegankelijkheidsverklaring genereren. Kenmerken van de Nederlandse conceptversie:

  • Een toegankelijkheidsverklaring per site/app is mogelijk
  • Bij toegankelijkheidsclaims moet ondersteunend bewijs worden meegeleverd
  • Een verantwoordelijk manager of bestuurder moet tekenen voor ‘gezien en akkoord’